Gebouw

De collectie is ondergebracht in een industrieel gebouw uit 1926 dat een totale bruto oppervlakte van 3500 m² beslaat. Een betonnen skelet deelt het volume in twee grote open ruimtes die overspannen zijn door een authentiek houten spitsdak. Het museum telt drie bouwlagen en een mezzanine. In het gedeelte boven de inkom zijn er vijf kabinetten waarin afzonderlijke installaties kunnen worden getoond. Daarnaast is er ook een grote projectruimte, bijgebouwd in 1942 en overspannen door een schelpvormig betongewelf.

In de periode februari 2005-juli 2006 voerde het architectenbureau Robbrecht & Daem uit Gent de renovatie en gedeeltelijke nieuwbouw van het pand uit. De architecten kozen voor een bescheiden aanpak met als basisprincipe ‘Im Mittelpunkt Kunst’.

Architect Paul Robbrecht:

‘Vanaf het eerste bezoek aan de oude sanitaire opslagplaats was het duidelijk dat deze locatie over voldoende capaciteiten en intrinsieke kracht beschikte om deze collectie te bergen. Door het wegsnijden van het teveel aan wanden en vloeren en een spel van nieuwe en oude wanden, werd een subtiele variatie aan grote en flexibele ruimtes gecreëerd die geschikt waren voor de vaak nogal omvangrijke werken. Om de bestaande gebouwen zo min mogelijk aan te tasten, werd geopteerd om alle nieuwe technische en sanitaire ruimtes onder te brengen in een nieuw volume, een schakelvolume in het hart van het museum. Dit tussengebouw laat ook toe om de verbinding tussen de twee bestaande hallen via nieuwe, veel intiemere kamers (de kabinetten) te laten verlopen. Door deze overgangen tussen open ruimtes, meer geborgen ruimtes, oud en nieuw, ruw en zacht, de trappen, ramen en doorzichten is het gebouw steeds verrassend en vol mogelijkheden voor permanente en wisselende tentoonstellingen’.